Incorporatie van reserves : dwang tot fundamentele keuze

Incorporeren van reserves is een techniek dat in de praktijk vaak voorkomt ter versterking van het gestorte kapitaal in vennootschappen.

Straks (?? data wordt vermoedelijk 01.10.2014) kunnen wij kiezen uit twee formules :

Ofwel :

Kapitaalverhoging doorvoeren (notariële akte) door incorporatie van uw beschikbare reserves waarop u 10% roerende voorheffing moet betalen. Dit komt overeen met het actuele liquidatietarief.

  • Indien u in de eerste twee jaar na uw kapitaalverhoging terug uw kapitaal vermindert (notariële akte) of liquideert betaalt u 25% roerende voorheffing op uw totale bedrag. (kapitaal + geïncorporeerde reserves)
  • Indien de kapitaalvermindering gebeurt in het derde jaar moet u 10% roerende voorheffing betalen.
  • Indien de kapitaalvermindering gebeurt in het vierde jaar moet u 5% roerende voorheffing betalen.
  • Indien u na 4 jaar een kapitaalvermindering doorvoert moet u niets meer betalen.

Ofwel :

NU vervroegd uw vennootschap liquideren tegen het gunsttarief van 10% roerende voorheffing voor die mensen die in de nabije toekomst toch zinnens zijn met hun handelsactiviteiten te stoppen?
De liquidatiebonus (= het bedrag dat boven het in geld gestorte kapitaal uitgekeerd wordt bij stopzetting) bedraagt actueel nog steeds 10% roerende voorheffing maar vanaf de toepassing van de nieuwe wet op de incorporatie van reserves wordt deze ook opgetrokken tot 25% roerende voorheffing.

Een verscheurende keuze dat ofwel veel tijd ofwel geld kost!

Probleem is dat de basis waarop de reserves geïncorporeerd worden gebaseerd zijn op het laatste boekjaar vóór 01.10.2014 en dit lijkt 2013 te zijn.
MAAR, op voorwaarde dat de balans 2012 goedgekeurd werd VÓÓR 31.03.2013. Indien de jaarrekening 2012 goedgekeurd werd NA 31.03.2013 worden de belaste reserves van 2011 als referentie genomen te worden!!
( deze info is op basis van de overheidsbeslissing van april 2013 en is onder voorbehoud gezien deze nog kan wijzigen).

Uiteraard kan men nog steeds gebruik maken van de uitkering van dividenden.

Bedrijfsleiders die geregeld hun winsten uitkeerden deden dat veelal op basis van dividenden. Deze uitkering was tot enige tijd terug wellichtwaar duur maar toch nog enigszins te verantwoorden. Naast de gebruikelijke vennootschapsbelastingen (verlaagd tarief) betaalde men meestal slechts 15% roerende voorheffing (onder bepaalde voorwaarden) wat de totale fiscale druk op maximaal 40% bracht.

Het voordeel zat hem in het feit dat men op deze uitkeringen geen personenbelastingen meer hoefde te betalen alsook geen bijkomende sociale bijdragen. Indien er een gelijkaardig bedrag zou betaald worden als aanvullende wedde zou dit evenwel verplicht moeten opgenomen worden in uw persoonlijke fiscale aangifte. Daar bovenop diende men nog eens +/- 20% sociale bijdragen te betalen waardoor de totale kostprijs een benadering was van 70%.

Zoals iedereen weet is de roerende voorheffing verhoogd van 15% naar 25%. Hierdoor verhoogt de totale fiscale druk tot 50% ipv 40%.

We dienen evenwel onderscheid te maken tussen een interim dividend of een tussentijds dividend en het gewone dividend dat door de algemene jaarvergadering wordt toegekend.

Voor KMO’s wordt het tarief van de roerende voorheffing op dividenden uit nieuwe aandelen (vanaf 1/7/2013) verlaagd van 25% naar 15%. Bent u hiervan op de hoogte ?

Publicatiedatum: 10 juni 2013

Tags: artikel 537 / artikel537

Terug naar lijst


Reageer op dit artikel:


Website door Ntriga.Agency