BTW kleine ondernemer vanaf 2014

Dankzij de btw-regeling voor kleine ondernemingen kunnen btw-plichtigen die een lage jaaromzet realiseren vermijden om btw toe te passen op hun dienstverleningen en goederenleveringen. Daar staat wel tegenover dat ze geen btw kunnen aftrekken.

Het omzetcijfer waarboven er geen beroep meer kan worden gedaan op die regeling is vastgelegd in koninklijk besluit nr. 19. Het bedraagt al 20 jaar 5 580 euro.

Op twintig jaar tijd heeft de devaluatie van het geld dat bedrag van 5 580 euro echter tot niets herleidt. Er zijn dan ook nog maar weinig belastingplichtigen die onder deze regeling vallen.

De regering diende daarom bij de Raad van de Europese Unie een aanvraag in om dat drempelbedrag op te trekken tot 25 000 euro. Ze kreeg hiervoor op 22.01.2013 de toestemming, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2013.

Iedereen verwachtte dus dat de regering de drempel snel zou verhogen, met terugwerkende kracht tot 1 januari van dit jaar.

We hebben trouwens herhaaldelijk de vraag gekregen wat belastingplichtigen die tussen 5 580 en 25 000 euro omzet draaien nu moeten doen.

Bij gebrek aan teksten, verwezen we onze abonnees telkens naar het bevoegde btw-controlekantoor om samen met hen te kijken hoe dit gedurende de overgangsperiode het best kan worden geregeld.

Staatssecretaris Hendrik Bogaert kreeg in de commissie financiën een vraag over de datum van inwerkingtreding. Hij antwoordde op 26.03.2013 in naam van de minister van financiën dat het drempelbedrag vanaf 1 juli 2013 zou worden opgetrokken tot 25 000 euro. Hij schreef het uitstel toe aan de wetgevende voorbereidingen.

Sta ons toe om hiermee te lachen. Men heeft geen zes maanden nodig om een koninklijk besluit tot wijziging van een ander aan te nemen, waarin overigens enkel het bedrag moet worden aangepast. Dankzij de opeenvolgende regeringen zijn we gewend geraakt aan het instrument van de terugwerkende kracht, dat ze inzetten wanneer het hen uitkwam. Dat zou in dit geval ook veel begrijpelijker zijn geweest aangezien de toestemming van de Raad van de EU deze terugwerkende kracht tot 1 januari 2013 expliciet voorzag.
Wat zijn de gevolgen hiervan?

Om tot 30.06.2013 aanspraak te kunnen maken op de regeling voor kleine ondernemingen op basis van de huidige tekst van artikel 19 kb btw moet men dus een omzet van maximum 2 790 euro (5 580/2) gerealiseerd hebben. Voor het tweede semester van 2013 mag de omzet dus niet meer bedragen dan 12 500 euro.
Op basis van artikel 7 btw kb 19 is de regeling slechts van toepassing vanaf 1 juli van het jaar volgend op het jaar in de loop waarvan de belastingplichtige een omzet realiseerde die het drempelbedrag in kwestie niet overschreed. Artikel 8 van datzelfde kb 19 voorziet echter dat men kan vragen om de toepassing van de regeling vanaf 1 januari als men op basis van omzetverwachtingen aan de administratie kan aantonen dat men dat bedrag niet zal overstijgen.

De datum voor inwerkingtreding op 1 juli zou dus een probleem zijn. Wie een verzoek heeft ingediend bij de administratie om in 2013 van de regeling gebruik te maken, is er aan voor de moeite, ten minste in zoverre zijn omzet tussen de 5 580 en 25 000 euro bedraagt. In de loop van het eerste semester van 2013 zal hij immers de drempel overschreden hebben, en in de loop van het tweede semester eronder blijven. Aangezien het respecteren van de drempel maar begint te lopen vanaf 1 juli, vallen ze echter nog onder de voorwaarden uit artikel 7 al. 1 btw kb 19. Volgens dit artikel valt men onder de normale of forfaitaire regeling vanaf de eerste verrichting die in haar totaliteit wordt beschouwd en waarvoor de drempel van 5 580 werd overschreden.
Enkele dagen daarna, op 17 april, werd de staatssecretaris in diezelfde commissie financiën opnieuw ondervraagd over dit onderwerp. Deze keer verwees hij naar de begrotingsbeperkingen om te zeggen dat de inwerkingtreding van de drempel ten vroegste voor 1 januari 2014 zal zijn!

Wie houdt men hier voor de gek? Hoe kan men in zulke omstandigheden nog een fiscaal beroep uitoefenen?
Hoe kan men aan de Europese collega's een drempelverhoging vragen vanaf 1 januari 2013 en die verkrijgen, en dan valse argumenten aanhalen om aan te kondigen dat de datum van inwerkingtreding 1 juli 2013 zal zijn, en een maand later woordbreuk plegen om te zeggen dat het niet voor 1 januari 2014 zal zijn?

Uit deze compleet absurde episode kunnen we concluderen dat men moet wachten tot de wetteksten in het Staatsblad zijn verschenen alvorens ze te becommentariëren, tenzij men luchtkastelen wil bouwen.
Wanneer we een regering hebben wier beslissingen draaien met de wind, kan men zich maar beter onthouden van iedere commentaar voor de wettekst van kracht is.

Deze verhoging van de omzetdrempel van kleine ondernemingen is nog maar eens een voorbeeld van de manier waarop onze bestuurders de fiscale wetteksten én diegenen die ze moeten toepassen gek maken.

Publicatiedatum: 10 juni 2013
Terug naar lijst


Reageer op dit artikel:


Website door Ntriga.Agency